maandag 17 november 2014

Gered


Het was een rustige middag op de praktijk. De afspraken waren afgerond en de praktijk was al grondig schoongemaakt door de assistentes en de stagiaire. Tijd voor een kopje thee, besloten we. Net toen we de waterkoker hadden aangezet, belde de assistente van de andere vestiging. "Ik heb een wat oudere vrouw aan de lijn. Ze heeft twee oude kippetjes die al een beetje aan het einde van hun latijn zijn, en nu zitten ze ook nog eens onder de bloedluis. Het gaat blijkbaar echt niet meer. Mag ik haar nog laten langskomen om de twee kippetjes in te laten slapen?"

Als gezelschapsdierenarts zijn kippen niet echt mijn specialiteit. Maar ik weet wel dat bloedluis erg lastig onder controle te krijgen is. En zeker voor oudere en zwakke dieren kan een infectie een zware belasting zijn. Ik begreep haar verzoek dus wel en liet haar langskomen op de praktijk.

Een kwartiertje later stond de mevrouw in de wachtkamer. In haar handen droeg ze een krat waarover een laken was gespannen. "Mag ik ze zo aan u geven dokter? Ik hoef er niet bij te zijn, dat vind ik te zielig." Een beetje overdonderd pakte ik de krat aan. Toen ze vertrokken was zette ik deze op de behandeltafel en trok het laken weg. In de krat zaten echter niet de twee zielige oude kippetjes die ik dacht aan te gaan treffen. In plaats daarvan staarden twee vrolijke kipjes mij, de assistentes en de stagiaire aan.

"Ehm... deze zijn er toch niet zo slecht aan toe?" vroeg de stagiaire voorzichtig. Ik tilde er eentje op en moest dit bevestigen. De kip was in prima conditie, afgezien van de bloedluizen. Voorzichtig zette ik de kip terug in de krat en zuchtte zachtjes. Hoe kon ik zo stom zijn om zonder eerst te kijken deze kippen aangenomen te hebben? Wat moest ik nu met die beesten?

"Deze gaan we toch niet euthanaseren he?" klonk het uit de mond van assistente Bianca. "Nee, dat lijkt me van niet, maar geen idee wat we wél met ze moeten doen. Ik denk niet dat de mevrouw ze nog wil terugnemen." "Ik breng ze wel naar de vogelopvang" antwoordde Bianca. "Prima, als ze ze daar willen hebben, bel ik haar wel om toestemming te vragen". 

De vogelopvang had nog wel ruimte, dus zoals beloofd belde ik de voormalig eigenaresse op. Nadat ik had uitgelegd dat er niets ernstigs met haar kippen aan de hand was en ik niet van plan was om ze te euthanaseren, bleek ze inderdaad niet van plan te zijn ze weer op te halen. Maar het idee van de vogelopvang vond ze gelukkig wel prima.

En zo vertrok assistente Bianca, met twee gezellig tokkende kippen in een krat op haar achterbank, die middag naar de vogelopvang.

maandag 10 november 2014

De grote boze vos


Als beginnend dierenarts had ik in het begin tijdens mijn weekend- en avonddiensten altijd een achterwacht. Een collega die niet officieel dienst had, maar die ik wel kon bellen voor overleg of om te komen helpen als het echt te moeilijk werd. Een geruststellende gedachte als je nog niet zoveel ervaring hebt.

Tijdens een van mijn nachtdiensten werd ik tegen middernacht gebeld. Ik moet op dat moment erg diep geslapen hebben, want in eerste instantie dacht ik dat de persoon aan de andere kant van de lijn zei "Met de burgemeester van Maastricht". Vrij vreemd als je bedenkt dat ik in het midden van het land werk. Het bleek uiteindelijk dan ook niet de burgemeester van Maastricht te zijn, maar de plaatselijke dierenambulance. Er was een vos aangereden en zover ze konden beoordelen was de achterhand compleet verlamd, of ze even konden langskomen.

Nog compleet wazig van de slaap, raakte ik lichtelijk in paniek van dit bericht. Een vos! Zo'n groot wild dier, agressief van de pijn en de angst. Hoe moest ik die nou onderzoeken en behandelen? De grote handschoenen die we normaal voor boze katten gebruiken, zouden voor zo'n woest dier een lachertje zijn.
Ik besloot mijn collega Constance te bellen. Toen ze slaperig opnam vroeg ik of ze alsjeblieft ook naar de praktijk wilde komen omdat ik niet wist of het in mijn eentje ging lukken.

De dierenambulance en Constance arriveerden ongeveer tegelijkertijd op de praktijk. Toen de medewerker van de dierenambulance de spreekkamer binnenstapte, steeg het schaamrood naar mijn kaken...

Ik bleek in al mijn slaperigheid even vergeten te zijn dat vossen eigenlijk helemaal niet zo groot zijn. In het kooitje zat namelijk geen groot woest beest met malende kaken. Nee, er lag een klein schattig vosje in. Zo schuw dat hij zich niet durfde te verroeren. Terwijl Constance een beetje geamuseerd met haar armen over elkaar toekeek, onderzocht ik het dier en zag al gauw dat het achterlijf dusdanig verlamd was, dat euthanasie de enige juiste optie was.

Uiteindelijk tilde ik het vosje uit het kooitje om te luisteren of het hart echt was gestopt met kloppen. Ik draaide me om naar Constance, die behalve toekijken, niets had hoeven doen en zei zachtjes: "Sorry!" Ze grinnikte zachtjes en vertrok naar huis, terug naar bed.

maandag 3 november 2014

Vraagje aan jullie


Zoals ik een tijdje terug in "Hoe het begon" vertelde, is het ondertussen al een jaar geleden dat ik deze blog startte. Sindsdien plaats ik elke week een blog over de dingen die ik mee maak tijdens mijn werk als gezelschapsdierenarts. En dat doe ik met heel veel plezier want ik vind het leuk om mijn verhalen met jullie te delen. 

Alleen... soms vind ik het lastig om te bepalen of iets voor jullie wel leuk is om te lezen. Dus daarom deze week even geen blog maar een vraag aan jullie: Wat zijn onderwerpen waar jullie graag een blog over willen lezen? Wat vind je de leukste blogs en waarvan zou je er misschien wel meer willen zien? Je kunt het hieronder bij de reacties laten weten, maar je kunt ook een berichtje plaatsen op de Facebookpagina

Ik kan niet beloven dat ik er over ga bloggen, maar ik ga zeker serieus naar jullie suggesties kijken. Moet zeggen dat ik al heel benieuwd ben naar jullie reacties! 

maandag 27 oktober 2014

Dilemma



Na een intensieve atletiektraining zit ik met mijn sportmaatjes in de kantine. Terwijl we een kopje thee drinken en de training evalueren, word ik op mijn schouder getikt. Ik draai me om en zie een vrouw die ik wel van gezicht ken, maar haar naam wil me niet te binnen schieten.

"Ik zag je laatst in het krantje" zegt ze vrolijk tegen me. Ze doelt op het lokale huis-aan-huis blad waarvoor ik een tijdje terug geïnterviewd werd. We raken aan de praat over het asiel waar ik regelmatig kom en zij ooit als vrijwilliger werkte. Zonder dat ik er zelf naar vraag, vertelt ze vervolgens over haar katten en de dierenarts waar zij altijd komt. Als ik de naam van haar dierenarts hoor, probeer ik mijn gezicht neutraal te houden.

Ik ben namelijk niet heel gecharmeerd van deze dierenarts. Hij is een wat oudere man en runt een kleine eenmanspraktijk in een naburig dorp. Niet alleen het interieur maar ook de diergeneeskunde lijkt daar in de jaren 80 te zijn blijven hangen.

De situatie zorgt voor mij voor een klein dilemma. Moet ik haar vertellen dat haar dierenarts misschien niet bepaald de beste is? Moet ik haar zeggen dat haar katten bij een andere dierenarts waarschijnlijk beter zorg krijgen? Ze vertelt over hem en lijkt tot nu toe tevreden met hem te zijn. Maar hoe kun je als baasje nou inschatten of je dierenarts goed of slecht handelt? Ik vind mijn tandarts ook best prima, maar misschien prutst zij ook maar wat aan. Ik heb geen flauw idee. En ik wil ook niet dat het lijkt alsof ik hem zwart maak, zodat ze naar onze praktijk zal komen.

Ik trek mijn gezicht weer in de plooi. Ik vermijd uitspraken over zijn diergeneeskundige kwaliteiten en zeg iets algemeens over dat ik altijd hoor dat het zo'n vriendelijke man is. Ze knikt bevestigend en loopt verder naar de kleedkamers. Nou maar duimen dat haar katten niet ziek worden...


dinsdag 21 oktober 2014

Een hypochondere eigenaar?



Als ik de spreekkamer binnenloop voor mijn middagconsulten zie ik dat de assistente de spullen voor een oogdrukmeting al heeft klaargelegd. Mijn eerste afspraak is namelijk een kat waarvan de oogdruk moet worden bepaald. De kat is eigenlijk patiënt bij een andere kliniek, maar omdat deze oogdrukmeting niet door elke dierenarts uitgevoerd kan worden, komen ze hiervoor even bij ons langs.

Om deze reden heb ik nauwelijks informatie over de kat Clarence. Het enige wat ik in zijn patiëntenkaart zie staan is dat hij drie maanden geleden ook bij ons is geweest voor een oogdrukmeting. Er zijn toen geen afwijkende waardes gemeten, dus ik vraag me af waarom Clarence nu weer langskomt.

Als de mijnheer met de slanke zwarte kat binnenkomt, geef ik hem een hand en stel mezelf voor. Ik leg uit dat omdat de kat onder behandeling van een andere dierenarts staat, ik me niet met het behandelplan ga bemoeien. Ik voer de meting uit en zal die terugkoppelen naar zijn eigen dierenarts. De mijnheer knikt begrijpend maar begint toch te vertellen. "Ja, de vorige keer waren de meetwaardes goed hoor. Maar ik wéét gewoon dat er iets met zijn ogen aan de hand is. Hij is twee weken geleden nog bij de specialist geweest voor een MRI scan voor eventuele tumoren in de hersenen. Maar daar kwam ook niets uit, en tóch is er iets."

Voordat ik de meting uitvoer besluit ik dan toch een compleet oogonderzoek uit te voeren, je weet immers maar nooit of je net iets opmerkt wat de rest per ongeluk gemist heeft. Maar alles ziet er perfect uit. En het vele knipperen waar de mijnheer zich zo druk over maakt, ik zie het niet.
Ook de oogdruk is prima in orde. Als ik het aan de eigenaar van Clarence vertel, lijkt hij bijna teleurgesteld. Met een bedrukt gezicht zegt hij "Maar wat is er dan toch met hem aan de hand?"

Om eerlijk te zijn denk ik zelf dat er niets met Clarence aan de hand is.


maandag 13 oktober 2014

Een lastige ingreep



Terwijl het zweet op mijn voorhoofd begint te parelen, doe ik een nieuwe poging. Ik schud even mijn schouders los en vraag de assistente om me een pincet aan te geven. Op de achtergrond klinkt een doordringend gepiep en knipperen rode lampjes. Ik tuur naar de structuren maar zie niet wat ik zoek. De assistente vraagt of ze me extra moet bijlichten. Ik knik. Terwijl ze voorzichtig bijschijnt, zie ik eindelijk waar ik naar op zoek was. Maar mijn pincet heeft keer op keer onvoldoende grip om het vast te grijpen. Moet ik de hulp van een collega inschakelen?

Ik haal nogmaals diep adem en laat mijn pincet weer in de diepte verdwijnen. Deze keer voel ik dat ik het goed vast heb. "Niet te snel en te hard trekken deze keer!" spreek ik mezelf streng toe. Langzaam en geconcentreerd begin ik de pincet omhoog te bewegen. Met succes dit maal. "Yes, gelukt!" roept de assistente zichtbaar opgelucht. Het gepiep houdt op en de rode flikkerende lampjes kleuren naar een geruststellend groen.

In mijn hand houd ik het stukje papier wat in de printer bekneld was geraakt. Als dierenarts moet je ook soms andere dingen maken.

dinsdag 7 oktober 2014

Zelfhulp?


Tussen twee afspraken door ga ik nog gauw even naar het toilet. Terwijl ik een klein sprintje trek, bedenk ik me dat het al de zoveelste keer vandaag is. Als het dan ook nog onaangenaam aanvoelt weet ik het zeker, ik heb alle kenmerken van blaasontsteking.

Maar veel tijd om erover na te denken heb ik niet, de volgende patiënt zit al te wachten. Als ik niet veel later weer moet plassen neem ik gauw een handschoen en een potje mee. Meten is weten! Vervolgens zet ik mijn eigen urine-onderzoek in en bevestigt de uitslag mijn vermoedens: blaasontsteking.

Ik kijk gauw op de website van mijn huisarts, maar die is op dat moment alleen nog maar bereikbaar voor spoedgevallen. En dit is vervelend, maar geen spoed. Alhoewel ik me wel een beetje zorgen maak over het operatieprogramma die middag. Als ik bezig ben met opereren en steriel sta, dan kan ik niet even tussendoor naar het toilet. Hoe ga ik dat nou doen?

Terwijl ik daar over nadenk, bekijk ik in onze apotheek de voorraad antibiotica. Bij bijtwonden weet ik ondertussen uit ervaring wel welke antibiotica ze voorschrijven en in welke dosering. Maar dit is de eerste keer dat ik blaasontsteking heb en ik heb geen idee wat de huisarts daarvoor meegeeft. Zou het hetzelfde antibiotica zijn dat ikzelf aan honden met deze klachten voorschrijf? Ik besluit de gok maar niet te nemen. Bovendien staat het idee van tabletten met rundvleessmaak me ook niet helemaal aan...

Het operatieprogramma overleef ik wonderwel met een aantal goed getimede plaspauzes. Wanneer ik de volgende dag met mijn huisarts bel, moet hij wel een beetje lachen om het feit dat ik zelf al urine-onderzoek heb gedaan. Ik krijg een receptje voor antibiotica. Met perziksmaak gelukkig.