maandag 18 augustus 2014

Too close



Bij de introductiedag van de studie Diergeneeskunde kwam ik ze nog wel eens tegen. Mensen die zeiden: "Ik wil graag dierenarts worden omdat ik liever met dieren dan met mensen werk". Een interessante gedachte, want als er een beroep is waar je veel met mensen moet werken, dan is het wel als dierenarts. Fikkie en Poekie komen immers niet op eigen initiatief naar de praktijk toe. Laat staan dat ze je kunnen vertellen wat er met ze aan de hand is. Juist het contact met allerlei soorten mensen is een van de dingen die ik zo leuk vind aan het beroep, maar soms komen mensen toch íets te dichtbij...

Tijdens een consult heb ik in ieder geval altijd de behandeltafel die ik als een fysieke barrière tussen mij en de eigenaar kan opwerpen. Maar de zestig centimeter die deze tafel breed is, voorkomt soms niet dat ik alsnog bijna bedwelmd wordt door sterke parfums of -erger- sterke lichaamsgeuren. De shaggeur die sommige verstokte rokers uitwasemen, beneemt me af en toe letterlijk de adem. Ook is wel eens voorgekomen dat ik een compleet consult alleen maar door mijn mond durfde te ademen. De man tegenover mij verspreidde namelijk zo'n penetrante zweetgeur dat ik bang was dat ik anders een kokhalsreflex niet zou kunnen onderdrukken.

Daarnaast hebben veel mensen de neiging om, in hun bezorgdheid om hun dier, het beest dusdanig vast te grijpen dat het uitvoeren van een lichamelijk onderzoek voor mij zo goed als onmogelijk wordt. Een blik van verstandhouding richting de assistente is dan meestal genoeg om mij uit deze lastige situatie te redden. Doortastend maar beleefd nemen ze het dier dan van de eigenaar over zodat ik deze tenminste goed kan onderzoeken. Echter, daarin schuilt wel weer een risico voor de assistentes...

In een poging om ze gerust te stellen, blijven sommige eigenaren namelijk stug hun dier aaien. En niet zelden gebeurt het dat ze daarbij  ook per ongeluk de assistente aan het aaien zijn. Tijdens stages en in de co-schappen heb ik het zelf ook mogen ervaren, en ik kan je vertellen dat het bijzonder ongemakkelijk is als een wildvreemde minutenlang je hand aan het strelen is.

Dus op zo'n moment is het dan weer mijn beurt om ze uit deze benarde situatie te redden.

maandag 11 augustus 2014

Alleen...



"Hee Marjolein, er komt een spoedpatiënt naar de praktijk toe. Ik vrees dat het een maagtorsie is, mag ik jou bellen als ik meer hulp nodig heb?" Het is een aantal jaar geleden, ik ben op dat moment nauwelijks een jaar dierenarts. Aan de andere kant van de lijn antwoordt collega Marjolein met een slaperige stem: "Tuurlijk, gewoon bellen als je er niet uit komt hé!"

De klok geeft half twaalf aan en ik ben net uit mijn bed gebeld door een ongeruste eigenaar. Haar hond had opeens een bolle buik en probeerde te braken. Maar er kwam niets uit, alleen een beetje helder slijm. Toen ze vervolgens vertelde dat het een Duitse Herder was, gingen de alarmbellen in mijn hoofd af. Heel hard. 

Hoewel ik met heel mijn hart hoop dat het niet zo is, kan ik er met deze symptomen niet omheen. Een maagtorsie. Door een onbekende oorzaak zwelt de maag van een hond op, om vervolgens om zijn as te gaan draaien (of omgekeerd, daar is de wetenschap nog niet uit). Hierdoor wordt de bloedafvoer van de maag afgesloten terwijl de toevoer gehandhaafd blijft, met levensbedreigende gevolgen. 

Aangekomen op de praktijk blijkt de patiënt nog niet gearriveerd. Terwijl ik op ze wacht, neem ik in mijn hoofd alvast alle stappen door. Ik weet de theorie, maar heb alleen ooit tijdens een stage een maagtorsie meegemaakt. En nu sta ik er alleen voor. Nou ja alleen, gelukkig is collega Marjolein mijn achterwacht en kan ik haar bij problemen bellen. 

Ik hoor het grindpad voor de praktijk knarsen. Niet veel later gaat de bel en staan twee bezorgde eigenaren met herder Skippy voor de deur. Wanneer de hond op tafel staat doe ik gauw wat testjes en maak röntgenfoto's. Geen twijfel mogelijk, het is inderdaad een maagtorsie, we moeten snel handelen. 

Door de adrenaline sta ik helemaal op scherp. Supergefocust volg ik het protocol dat ik tijdens mijn studie in mijn hoofd heb gestampt. Tot ik op een punt kom waar ik vastloop. Ik besluit mijn hulplijn in te schakelen en bel Marjolein.
Haar telefoon gaat over maar ze neemt niet op... Ik probeer haar andere nummer, deze wordt ook niet opgenomen. Waar ik tot nu toe de situatie prima onder controle had begin ik nu nerveus te worden. Collega Ron is op vakantie, dus besluit ik Constance te bellen. Op het moment dat ik gelijk haar voicemail krijg, dreig ik echt in paniek te raken. Ik heb nu echt even advies van een ervaren dierenarts nodig! 

Dan plopt er een idee in mijn hoofd. Zal ik de buurtcollega dan maar bellen? Eigenlijk is dat wel het laatste wat ik wil doen. Normaal is hij al nooit te genieten, dus zo 's nachts zal het wel helemaal rampzalig zijn. Maar als ik geen actie onderneem zou het voor Skippy nog wel eens slecht kunnen aflopen... Ik haal diep adem en toets het nummer van de buurtcollega in. In tegenstelling tot de rest neemt hij wel op. 
Na mijn miljoen excuses voor het bellen op het late tijdstip, leg ik de situatie uit. Hij bromt wat instructies terug en hangt op. Ik ga aan de slag en voer de verdere procedure zonder al te veel problemen uit. Skippy is stabiel maar de situatie blijft toch kritiek. 

De volgende ochtend blijkt dat het al weer een stuk beter gaat met Skippy, hij heeft de nacht goed doorstaan. En Marjolein? Die was blijkbaar zo diep in slaap gevallen dat ze de telefoon die nacht niet meer heeft gehoord. Het schuldgevoel is van haar gezicht af te lezen. Helemáál als ik vertel wie ik uiteindelijk heb moeten bellen...

maandag 4 augustus 2014

Sprakeloos



Opeens zit ik rechtop in mijn bed met de dienstmobiel in mijn hand. De herkenbare ringtone schalt door mijn slaapkamer en op het scherm staat een voor mij onbekend nummer. Terwijl ik naar het oplichtende scherm van de Nokia kijk, zie ik dat het midden in de nacht is.
Ik klik op de groene toets om op te nemen. Dan pas merk ik hoe diep de slaap was waar ik bruut uitgetrokken ben. Want terwijl ik de telefoon tegen mijn oor houd, lukt het me niet om te spreken. Ik ben zo gedesoriënteerd dat het me echt niet lukt om te bedenken wat ik nu moet zeggen.

Ik houd de telefoon weer voor me en kijk naar het scherm, alsof daar de oplossing zal verschijnen. "Hallo?" hoor ik zachtjes aan de andere kant van de lijn. Blijkbaar is dat voldoende om me net iets meer naar het bewustzijn te trekken. Ik breng de telefoon weer naar mijn oor een zeg moeizaam de naam van de kliniek waar ik werk.

Ik luister naar de stem aan de andere kant van de lijn en besluit dat dit niet een spoedgeval is. Echter, de vrouw aan de andere kant van de lijn is zo overstuur dat ik haar toch maar naar de kliniek laat komen. Wanneer ik vijf minuten later, letterlijk duizelig van de slaap, mijn kleren probeer aan te trekken, denk ik bij mezelf: "Morgen zoek ik een kantoorbaan."



maandag 28 juli 2014

Met de SuperSoaker



"Jeetje Mique, dat ziet er niet al te best uit. Dat wordt een tochtje naar de EHBO." Marit zit geknield naast me en inspecteert de onderkant van mijn voet. We zijn op het festival Solar en hebben net deelgenomen aan het grootste watergevecht ever. Op een klein strandje hebben we twintig minuten elkaar en wildvreemden met onze SuperSoaker waterpistolen belaagd. Ergens merkte ik wel dat mijn voet langs een scherp voorwerp schuurde, maar door de cocktail van enthousiasme en adrenaline had ik er niet al teveel aandacht aan besteed.

Terug op de camping blijkt er toch een fikse snee in mijn ondervoet te zitten. Maar ik ben niet ongerust, ik ben hier met vriendinnen én mede-dierenartsen Marit en Judy.

Als ze klaar is met haar beoordeling van mijn wond, duwt Marit haar vriend Eelco een van onze SuperSoakers in zijn handen. "Eerst moeten we al dat zand uit de wond spoelen. Begin jij alvast, ik ga even verbandmateriaal zoeken." Terwijl Eelco de waterstraal op mijn voet richt, klem ik mijn kaken op elkaar. Het doet stiekem toch wel pijn maar ik wil me niet laten kennen.

Terwijl Eelco de laatste troep uit de wond spoelt komt Marit triomfantelijk met haar geïmproviseerde verbandmateriaal aanlopen. Ze werpt een blik op Judy die zich stilletjes een beetje afzijdig houdt. "Haha Juud je ziet een beetje bleek, misschien maar goed dat je nooit in de praktijk bent gaan werken he!" plaagt Marit haar. "Nou, bij mensen vind ik bloed gewoon enger dan bij dieren." piept Judy terug.

Marit duwt een stapeltje servetjes tegen mijn wond. Vervolgens pakt ze een stuk fluorroze afzetlint met daarop de tekst "Danger! Partyzone!" en verbindt mijn voet. Tevreden bekijken we het resultaat. Dit is nou typisch het improviserend vermogen van dierenartsen, denk ik. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Samen met Marit lopen we vervolgens naar de EHBO post. Tot groot genoegen van Marit wordt daar precies dezelfde therapie uitgevoerd, maar dan met professionele spullen. Na het uitspoelen van de wond wordt er een stapeltje gaasjes tegenaan gedrukt en het geheel met een verband vastgezet.

Samen lopen we weer terug naar onze tenten. Als dank trakteer ik Marit op een extra groot biertje, het is immers weekendtarief!



dinsdag 22 juli 2014

Spannende avond


Terwijl de hartmonitor in een geruststellend tempo piept, snijdt de chirurge voorzichtig de buikwand open. Het is 3.00 's nachts en ik loop stage in een spoedkliniek in de staat Iowa. Ondanks dat ik lange diensten draai op de meest onmenselijke uren, vind ik het prachtig. Je maakt namelijk nog eens wat mee.

Een klein uurtje geleden werd de Maltezer Buddy bij de spoedkliniek binnen gebracht. De eigenaar vertelde dat de hond plotseling begonnen was met zeer heftig braken. De mijnheer is erg ongerust want Buddy heeft de neiging om gekke dingen op te eten. We vroegen of hij misschien bij giftige stoffen kon komen, maar dat is volgens hem onmogelijk. "Hij is de hele avond in de huiskamer geweest. Er stond nog een halve fles wijn op de salontafel, maar daar heeft hij niet aangezeten."

Omdat op de echo in de dunne darm inderdaad een afwijkende inhoud werd gezien, stond binnen no-time de operatie-ruimte klaar en werd de hond onder narcose gebracht. Op de vraag van de chirurge of ik wilde mee opereren, knikte ik heftig ja.

Wanneer we voorzichtig de darmen bekijken zien we al heel gauw dat het deel vlak bij de maag veel roder en opgezetter lijkt. Voorzichtig voelt de chirurge aan de darm. "Duidelijk, hier zit iets." zegt ze vastberaden. Ze opent de darm en onbewust houd ik mijn adem in, wat zou het zijn dat daar vast zit? Met een pincet manoeuvreert ze voorzichtig een stukje rood textiel  uit de darm. Ze laat het vallen in het bakje wat de OK-assistent bij haar houdt. Nieuwsgierig kijken we toe als de assistent handschoenen aantrekt en voorzichtig het propje stof uit elkaar plukt. Het blijkt een kanten rode string te zijn, en niet bepaald een degelijk model. Er wordt besmuikt gegrinnikt in de operatiekamer.

"Hmm, maar volgens mij zit hier meer." mompelt de chirurge. En jawel... stuk voor stuk vist ze kleine rode dingetjes uit de darmen. "Wat zijn dat nou weer?" vraag ik me hardop af. Het blijken rozenblaadjes te zijn. En net op het moment dat ik uit alle macht probeer te bedenken waarom een hond rozenblaadjes op zou willen eten, haalt de chirurge nog iets uit de darm. "Ah, gadver! Een condoom!" roept de OK-assistent uit.

De chirurge gooit ook dit voorwerp in het metalen bakje en merkt droog op: "Nou ik denk dat wij niet de enige zijn die een spannende avond hebben beleefd."

maandag 14 juli 2014

De huiskat


Als laatste afspraak van de middag sloffen twee jongens van ongeveer achttien de spreekkamer binnen. Ze dragen flodderige witte shirts die er alles behalve fris uitzien. In het mandje wat ze met zich meezeulen zit een dikke zwarte kat genaamd Boef.

"Zo, wat is de reden dat jullie hier met Boef zijn?" open ik het gesprek. Het lijkt alsof het even duurt voordat ze mijn vraag begrijpen. "Oh... eh ja we zijn met Boef, misschien dat hij vaccinaties moet ofzo?" Dit antwoord, wat niet bijzonder veel betrokkenheid uitstraalt, verbaast me. Toch probeer ik mijn gezicht neutraal te houden en vraag naar het vaccinatieboekje. Die blijken ze niet bij zich te hebben. Omdat Boef ook niet bij ons in het bestand geregistreerd staat  leg ik uit dat het dan voor mij wel erg lastig wordt om te bepalen of Boef aan de beurt is voor zijn inentingen. En zo ja, welke vaccinatie hij nodig heeft. Assistente Lilian springt bij en vraagt bij welke dierenarts de kat hiervoor kwam, misschien kunnen we ze even bellen voor de benodigde informatie.

Met hun blik op de grond gericht schuifelen de twee een beetje met hun voeten. Ik kan de situatie niet helemaal plaatsen, waarom lijken ze niet veel meer te weten dan de naam van de kat? Als ze uiteindelijk antwoord geven, komt de aap uit de mouw.

"Ja... nou dat weten we eigenlijk ook niet. Boef is namelijk de kat van ons nieuwe studentenhuis. En als jongste huisgenoten moeten wij dit jaar voor hem zorgen."

De puzzelstukjes vallen op hun plek. Aan hun bleke bekkies en vieze witte floddershirts te zien, zitten deze twee eerstejaarsstudenten nog midden in hun ontgroening. En dan blijkt ook nog eens dat ze als huisjongsten verantwoordelijk voor huiskat zijn. Ik heb niets tegen studenten en bijbehorende tradities, immers niet heel lang geleden was ik er zelf nog onderdeel van. Maar we hebben het hier wel over de zorg voor een levend dier, dus ik vind iets meer interesse en inzet wel gepast. Dus, ondanks dat ik zelden een preek tegen eigenaren houd, steek ik nu van wal.

"Dat is allemaal leuk en aardig jongens. Maar we hebben het hier wél over een levend dier. En niet over wie de vuilnis wekelijk buiten moet zetten. Dus ik weet het goed gemaakt, gaan jullie nu maar naar huis en probeer op zijn minst bij ouderejaars te achterhalen bij welke dierenarts Boef voorheen ingeschreven stond."

Met een schuin oog kijk ik naar assistente Lilian, ben ik niet té streng geweest? De twee jongens knikken braaf van ja en lijken gelukkig niet al te zeer geschokt. Ze pakken het hokje weer op en sloffen naar buiten.

Ze hebben bij hun ontgroening vast wel erger meegemaakt...


maandag 7 juli 2014

Gewond



"Zo jij bent zeker flink door een kat gegrepen" zegt mevrouw Bruins als ze het verband om mijn duim ziet.

Beschaamd moet ik bekennen dat een ongeluk met de kaasschaaf de oorzaak is.