maandag 29 september 2014

Vage kennissen

Het is zondagavond en ik lig lekker onderuit gezakt op de bank. Terwijl ik op de tv een beetje rondzap, trilt mijn smartphone kort. Op het scherm zie ik dat ik een vriendschapverzoek via Facebook heb binnengekregen. Nieuwsgierig klik ik de melding aan, benieuwd van wie het zal zijn.

Het blijkt Megan te zijn, een van mijn oud-klasgenootjes uit mijn middelbare schooltijd. Het verbaast me eigenlijk een beetje. Niet alleen is het bijna twaalf jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hebben, destijds waren we ook niet echt vriendinnen. Sterker nog, ik vond haar een beetje opportunistisch. Zo'n type wat het grootste gedeelte van de tijd doet alsof je lucht bent, maar zich opeens poeslief gedraagt wanneer ze je samenvattingen wil kopiëren.

Een beetje in dubio staar ik naar het scherm. Accepteren of weigeren? Eigenlijk hoef ik niet per se contact met haar, maar van de andere kant ben ik wel benieuwd hoe het nu met haar gaat. Zou ze ondertussen getrouwd met vier kinderen zijn? Of is ze een party-beest met een appartementje in het centrum van Amsterdam? Is ze in het bedrijfsleven terechtgekomen of geeft ze chakra-workshops op de hei? Mijn nieuwsgierigheid wint het en ik klik op 'accepteren'.

Slechte keuze, zo blijkt een half uurtje later. Terwijl ik een lekker fout programma over hysterische bruiden kijk, komen de eerste berichtjes van Megan binnen.

Hee, hoe is het! Dat is lang geleden hé!
- Ja, bijna twaalf jaar ondertussen.
Hoe gaat het met je Mique?
- Goed, lekker van een luie zondag aan het genieten
Hee, ik hoorde van Magda dat jij nu dierenarts bent?
- Dat klopt

Ik begin nattigheid te voelen. Mijn gevoel zegt me dat Megan niet contact heeft gelegd om bij te kletsen of herinneringen op te halen. Nee, net als vroeger is ze weer alleen lief wanneer ze iets van je wil. Een gratis consult, zo blijkt.

Wat leuk zeg dat je dierenarts bent! Hee, maar nu ik je toch spreek. Ik heb dus een kat van zo'n elf jaar oud en die drinkt nu heel veel en heeft een keertje gebraakt. Ligt het aan de brokjes? Wat moet ik nu doen?
- Een afspraak maken bij je dierenarts. 

Na mijn laatste, misschien wat botte reactie, klik ik het chatvenster weg. Goede vriendinnen mogen me bij nacht en ontij bellen als ze zich zorgen maken over hun huisdier. Maar dit soort vage kennissen waarvan je alleen wat hoort als ze iets van je willen, nee daar heb ik nu écht geen trek in.

De volgende dag vertel ik mijn verhaal aan collega Constance, die herkent de situatie. "Ja, dat heb ik ook wel een paar keer meegemaakt. Maar ik sprak laatst Jaap, de jongen tegen waarmee ik samen co-schappen heb gelopen. En die had nog een veel erger verhaal. Op zijn vrije zaterdag werd hij gebeld door een man die hij totaal niet kende. Ze bleken op dezelfde tennisvereniging te zitten en hij had daar gehoord dat Jaap dierenarts was. Toen heeft hij zijn privé-nummer via de ledenlijst achterhaald en vervolgens hem thuis opgebeld met de vraag of hij even advies wilde geven over zijn hond die diarree had. Nou, dat is toch brutaal?!"

Als ik die avond door mijn tijdlijn op Facebook scroll zie ik een update van Megan voorbij komen. Op dat moment besluit ik haar te verwijderen uit mijn vriendenlijst. Eigenlijk ben ik helemaal niet benieuwd hoe het met haar gaat.

maandag 22 september 2014

Hoe het begon...



"Hee Mique! Vertel dat verhaal van die spoed-erectie nog eens!" roept Fokko vanaf het andere eind van de bar. We zitten met een clubje sportvrienden in de kantine van onze atletiekvereniging. Vandaag was een groot toernooi, en de barbecue die achteraf werd georganiseerd is naadloos overgegaan in een gezellige borrel.

Mijn glas wijn wordt bijgevuld, en iedereen luistert geamuseerd naar het verhaal van de eigenaresse die mij 's nachts in paniek opbelde omdat ze dacht dat er iets vreselijks met haar pup aan de hand was. Door haar luide gesnik was het nog knap lastig om haar goed te verstaan. Echter, aangekomen op de praktijk bleek het reutje gewoon een erectie te hebben. Op het moment zelf baalde ik verschrikkelijk dat ik voor zoiets stompzinnigs mijn bed uitgebeld was, maar het leverde in ieder geval wel een leuk verhaal op.

Als ik mijn verhaal heb afgerond en iedereen nog een beetje na-hikt van het lachen, word ik door Jenna in mijn zij gepord. "Je moet dit soort dingen echt gaan opschrijven hoor! Ik heb het tijdens mijn werk als verpleegkundige nooit gedaan, en daar heb ik nog steeds spijt van."

Het is niet de eerste keer dat Jenna dit tegen me zegt. En ze heeft een punt. "Je hebt helemaal gelijk Jen. Ik heb er wel eens over gedacht om een blog te beginnen, maar ik weet geen leuke titel. Alles wat ik bedenk klinkt zo zoetsappig. En ik wil juist schrijven over hoe het er écht aan toe gaat. Niet alleen de mooie dingen maar ook de rauwere kant van de diergeneeskunde" verzucht ik tegen haar.

Dan zegt Vossia naast me: "Nachtmerries van een dierenarts". Ik laat haar woorden even op me inwerken. Eigenlijk klinkt dat best goed.

Later die avond, een beetje overmoedig door de wijn, besluit ik de stap te zetten. Ik maak de blog "Nachtmerries van een dierenarts" aan en typ mijn eerste verhaal.

Dit verhaal is opgedragen aan Jenna en Vossia. 
Jenna, als jij niet zo hard aan mijn hoofd gezeurd had, had deze blog nooit bestaan. Vossia, zonder jouw spontane ingeving was ik nog steeds naar een goede titel voor mijn blog op zoek geweest. 

maandag 8 september 2014

Lang van stof

"Goedemorgen, u spreekt met dierenarts Mique. Wat kan ik voor u doen?"

"Hallo, met mevrouw Schouten. Ik heb een vraag. Vandaag ging ik mijn hondje Gucci uitlaten. U weet wel, in het Beatrixparkje hier om de hoek. Altijd gezellig daar in het parkje met al de andere hondjes. Mevrouw Beemster komt daar ook altijd, met Charlie. Kent u die? Het is een Labradorpup, zo'n hele lieve!"

"Ik zou het eerlijk gezegd even niet weten, maar wat was uw vr..."

"Nou dus Gucci en ik lopen daar door het park. Was wel druilerig weer vanochtend hoor. Pff dat noemen ze dan 'hondenweer' maar Gucci houdt daar dus totáál niet van. Nee als het aan hem lag gingen we gelijk weer naar huis. Maar ja zo'n beestje moet ook even de beentjes strekken he?"

"Ja beweging is erg belangrijk voor een hond, maar wat kan ik voor u doe.."




"En dus loop ik met Gucci door het park. Wel aangelijnd hoor. Hij heeft zo'n leuke halsband met van die glittersteentjes. Echt, krijg daar elke keer weer complimenten over! Staat natuurlijk ook zo leuk bij zo'n zwart hondje. Mevrouw de Vries zei het laatst ook nog tegen me dat Gucci echt een hele knappe hond is. Maar goed, wij liepen dus door het park toen plotseling Gucci stilstond."

Ondertussen steekt de assistente haar hoofd om de deur en gebaart dat mijn volgende afspraak er zit. Ik trek een moedeloos gezicht, er is geen speld tussen het geratel van mevrouw Schouten te krijgen. Sterker nog, ik heb geen flauw benul wat nou de reden van haar telefoontje is.

"Dus Gucci stond stil. U weet wel, bij dat witte bruggetje. Daar voer ik ook altijd even de eendjes. Ja ze zeggen dat je dat niet mag doen, maar daar geloof ik niets van hoor. Die eendjes zijn altijd zo blij om mij te zien. En Gucci vind het prachtig, gaat hij heel hard tegen ze blaffen! Dus toen we daar bij het bruggetje liepen..."

"Mevrouw Schouten!"
Nu ben ik er klaar mee. Ik heb een bomvolle agenda en écht geen tijd om een dusdanig gedetailleerd verslag van mevrouw Schoutens ochtendwandeling met Gucci aan te horen. Gelukkig is ze even stil door de lichte verheffing van mijn stem.

"Mevrouw Schouten, mag ik u vragen wat de reden is dat u belt?"

"Oh nou er zaten wat wormpjes in de ontlasting van Gucci, en ik vroeg me af of ik vandaag even langs kan komen voor ontwormingstabletten."

Ik vertel dat dat geen enkel probleem is. Voor de assistente aan de balie hoop ik dat ze straks wat minder lang van stof is.

maandag 1 september 2014

Mini muisje


Ik moet even goed kijken voordat ik mijn patiënt heb ontdekt. In de hoek van de schoenendoos vol zaagsel zit een baby muisje. Ik richt mijn blik weer omhoog en kijk naar de man die samen met zijn 10 jarige zoontje voor me staat. Hij heeft een 'Wat doe ik hier' blik in zijn ogen, het jongetje staat nog net niet te huilen. Terwijl de man een beetje verveeld om zich heen kijkt, vertelt zijn zoon over het muisje. Hoe ze een tijdje terug onverwachts een nestje hadden en dat er ondertussen al twee muisjes zijn overleden. En nu zat deze ook opeens stil in een hoekje.

Ik schuif wat zaagsel opzij en bekijk het muisje. Ik weet de ademhalingsfrequentie van een muis niet uit mijn hoofd, maar dat de ademhaling te snel en geforceerd is, is zeker. Ik til 'm op en doe een poging tot een lichamelijk onderzoek. Want ja, hoe onderzoek je een beestje van nog geen vier centimeter groot? Vanwege de zware ademhaling vermoed ik een luchtwegprobleem. Ik pak mijn kleinste stethoscoop erbij. Deze stethoscoop is gemaakt voor het onderzoeken van te vroeg geboren baby's. Maar ja, zelfs die zijn reusachtig vergeleken bij deze baby muis.

Onder het mom 'niet geschoten is altijd mis' pak ik de muis weer op en houd 'm tegen mijn stethoscoop. Het ziet er vrij clownesk uit, de stethoscoop is even groot als de muis zelf. Ik zet de muis weer terug in zijn schoenendoos en richt me tot de man. "Hij heeft waarschijnlijk luchtwegproblemen. Omdat er al twee andere muisjes zijn overleden denk ik aan een infectieuze oorzaak. Maar of het een virus of een bacterie is, dat durf ik niet te zeggen. We zouden antibiotica kunnen proberen."

Ik zie het zoontje hoopvol zijn hoofd naar zijn vader draaien. "Mag het pap?" De man knikt. Ondertussen heeft de assistente een brievenweegschaal gehaald. Ik plaats de muis erop. Als ik het gewicht zie, vloek ik in mijzelf. Hoe kón ik dit voorstellen? Hoe ga ik in godsnaam antibiotica doseren voor een beestje van maar twaalf gram?

Om tijd te winnen en even rustig na te kunnen denken stuur ik ze terug naar de wachtkamer. Het jochie sjokt achter zijn vader aan. Gewapend met kladblok en rekenmachine begin ik driftig te rekenen. Tot mijn eigen verbazing kom ik tot de conclusie dat met wat verdunningsreeksen eigenlijk wel moet lukken.

Even later overhandig ik het flesje met antibiotica aan de mijnheer en geef instructies over de dosering. Na het afrekenen verlaten ze de praktijk, het zoontje met de schoenendoos in zijn handen geklemd. Zag ik hem nou naar buiten huppelen?

maandag 25 augustus 2014

Vakantietijd



Om elf uur 's avonds:
"Mijn hond heeft al een week last van oorontsteking, kan ik langskomen?" "Morgenochtend? Maar we gaan morgenochtend op vakantie. Kan het niet nu?"

Aan de telefoon tegen de assistente:
"Ik pas op de kat van de buren en nu kijkt hij een beetje raar." "U heeft meer informatie nodig om te bepalen of het spoed is? Tsja... nou ja... hij kijkt gewoon anders dan anders, een beetje raar. Maar moet ik nou langskomen of niet?"

Ook gehoord:
"Ik let op het konijn van een vriendin omdat ze op vakantie is, en nu heeft het konijn al zo'n vijf dagen niet gegeten. Kan ik dit nog even aankijken?"

Fijn zo'n oplettende oppas:
"Ja ik kom nét terug van vakantie en ik zie dat mijn kat haar halsbandje om haar voorpoot heeft gezeten. Het lijkt een wat oudere wond dus het heeft waarschijnlijk al een paar dagen zo gezeten. De buurman die haar eten geeft heeft het blijkbaar niet gemerkt."

Erg frustrerend:
"Hoi hoi, ik pas op het huis en de hond van mijn tante en nu is de hond opeens heel benauwd, wat moet ik doen?" "Meteen langskomen? Maar ik ben pas zeventien en heb geen rijbewijs of auto." 

Ja... het is weer vakantietijd.






maandag 18 augustus 2014

Too close



Bij de introductiedag van de studie Diergeneeskunde kwam ik ze nog wel eens tegen. Mensen die zeiden: "Ik wil graag dierenarts worden omdat ik liever met dieren dan met mensen werk". Een interessante gedachte, want als er een beroep is waar je veel met mensen moet werken, dan is het wel als dierenarts. Fikkie en Poekie komen immers niet op eigen initiatief naar de praktijk toe. Laat staan dat ze je kunnen vertellen wat er met ze aan de hand is. Juist het contact met allerlei soorten mensen is een van de dingen die ik zo leuk vind aan het beroep, maar soms komen mensen toch íets te dichtbij...

Tijdens een consult heb ik in ieder geval altijd de behandeltafel die ik als een fysieke barrière tussen mij en de eigenaar kan opwerpen. Maar de zestig centimeter die deze tafel breed is, voorkomt soms niet dat ik alsnog bijna bedwelmd wordt door sterke parfums of -erger- sterke lichaamsgeuren. De shaggeur die sommige verstokte rokers uitwasemen, beneemt me af en toe letterlijk de adem. Ook is wel eens voorgekomen dat ik een compleet consult alleen maar door mijn mond durfde te ademen. De man tegenover mij verspreidde namelijk zo'n penetrante zweetgeur dat ik bang was dat ik anders een kokhalsreflex niet zou kunnen onderdrukken.

Daarnaast hebben veel mensen de neiging om, in hun bezorgdheid om hun dier, het beest dusdanig vast te grijpen dat het uitvoeren van een lichamelijk onderzoek voor mij zo goed als onmogelijk wordt. Een blik van verstandhouding richting de assistente is dan meestal genoeg om mij uit deze lastige situatie te redden. Doortastend maar beleefd nemen ze het dier dan van de eigenaar over zodat ik deze tenminste goed kan onderzoeken. Echter, daarin schuilt wel weer een risico voor de assistentes...

In een poging om ze gerust te stellen, blijven sommige eigenaren namelijk stug hun dier aaien. En niet zelden gebeurt het dat ze daarbij  ook per ongeluk de assistente aan het aaien zijn. Tijdens stages en in de co-schappen heb ik het zelf ook mogen ervaren, en ik kan je vertellen dat het bijzonder ongemakkelijk is als een wildvreemde minutenlang je hand aan het strelen is.

Dus op zo'n moment is het dan weer mijn beurt om ze uit deze benarde situatie te redden.

maandag 11 augustus 2014

Alleen...



"Hee Marjolein, er komt een spoedpatiënt naar de praktijk toe. Ik vrees dat het een maagtorsie is, mag ik jou bellen als ik meer hulp nodig heb?" Het is een aantal jaar geleden, ik ben op dat moment nauwelijks een jaar dierenarts. Aan de andere kant van de lijn antwoordt collega Marjolein met een slaperige stem: "Tuurlijk, gewoon bellen als je er niet uit komt hé!"

De klok geeft half twaalf aan en ik ben net uit mijn bed gebeld door een ongeruste eigenaar. Haar hond had opeens een bolle buik en probeerde te braken. Maar er kwam niets uit, alleen een beetje helder slijm. Toen ze vervolgens vertelde dat het een Duitse Herder was, gingen de alarmbellen in mijn hoofd af. Heel hard. 

Hoewel ik met heel mijn hart hoop dat het niet zo is, kan ik er met deze symptomen niet omheen. Een maagtorsie. Door een onbekende oorzaak zwelt de maag van een hond op, om vervolgens om zijn as te gaan draaien (of omgekeerd, daar is de wetenschap nog niet uit). Hierdoor wordt de bloedafvoer van de maag afgesloten terwijl de toevoer gehandhaafd blijft, met levensbedreigende gevolgen. 

Aangekomen op de praktijk blijkt de patiënt nog niet gearriveerd. Terwijl ik op ze wacht, neem ik in mijn hoofd alvast alle stappen door. Ik weet de theorie, maar heb alleen ooit tijdens een stage een maagtorsie meegemaakt. En nu sta ik er alleen voor. Nou ja alleen, gelukkig is collega Marjolein mijn achterwacht en kan ik haar bij problemen bellen. 

Ik hoor het grindpad voor de praktijk knarsen. Niet veel later gaat de bel en staan twee bezorgde eigenaren met herder Skippy voor de deur. Wanneer de hond op tafel staat doe ik gauw wat testjes en maak röntgenfoto's. Geen twijfel mogelijk, het is inderdaad een maagtorsie, we moeten snel handelen. 

Door de adrenaline sta ik helemaal op scherp. Supergefocust volg ik het protocol dat ik tijdens mijn studie in mijn hoofd heb gestampt. Tot ik op een punt kom waar ik vastloop. Ik besluit mijn hulplijn in te schakelen en bel Marjolein.
Haar telefoon gaat over maar ze neemt niet op... Ik probeer haar andere nummer, deze wordt ook niet opgenomen. Waar ik tot nu toe de situatie prima onder controle had begin ik nu nerveus te worden. Collega Ron is op vakantie, dus besluit ik Constance te bellen. Op het moment dat ik gelijk haar voicemail krijg, dreig ik echt in paniek te raken. Ik heb nu echt even advies van een ervaren dierenarts nodig! 

Dan plopt er een idee in mijn hoofd. Zal ik de buurtcollega dan maar bellen? Eigenlijk is dat wel het laatste wat ik wil doen. Normaal is hij al nooit te genieten, dus zo 's nachts zal het wel helemaal rampzalig zijn. Maar als ik geen actie onderneem zou het voor Skippy nog wel eens slecht kunnen aflopen... Ik haal diep adem en toets het nummer van de buurtcollega in. In tegenstelling tot de rest neemt hij wel op. 
Na mijn miljoen excuses voor het bellen op het late tijdstip, leg ik de situatie uit. Hij bromt wat instructies terug en hangt op. Ik ga aan de slag en voer de verdere procedure zonder al te veel problemen uit. Skippy is stabiel maar de situatie blijft toch kritiek. 

De volgende ochtend blijkt dat het al weer een stuk beter gaat met Skippy, hij heeft de nacht goed doorstaan. En Marjolein? Die was blijkbaar zo diep in slaap gevallen dat ze de telefoon die nacht niet meer heeft gehoord. Het schuldgevoel is van haar gezicht af te lezen. Helemáál als ik vertel wie ik uiteindelijk heb moeten bellen...