Soms heb ik best wel te doen met de assistentes die bij ons in de praktijk werken. Aan de telefoon en achter de balie krijgen ze dagelijks met veel mensen te maken. Het overgrote deel zijn leuke mensen, maar er zitten soms ook vervelende figuren tussen. Mensen die onvriendelijk, denigrerend of gewoon heel erg boos zijn. De dierenarts-assistente is de eerste persoon die deze mensen te spreken krijgen, en daardoor krijgen ze soms behoorlijk wat te verduren.
Dat is al heel vervelend, maar het gebeurt niet zelden dat deze mensen opeens heel anders reageren wanneer ze vervolgens een dierenarts aan de lijn krijgen. In de meeste gevallen vertelt deze precies hetzelfde, maar tegen de dierenarts zijn ze dan opeens poeslief. Zo ook afgelopen vrijdag...
Ik zit achter de computer mijn patiëntenkaarten bij te werken, wanneer er vanuit de wachtruimte opeens een stemverheffing klinkt. Ik loop richting de deur maar besluit eerst eens even te luisteren wat er gaande is.
Het blijkt een klant te zijn die zomaar antibiotica voor zijn hond wil ophalen. Als assistente Annika hem rustig probeert uit te leggen waarom dit niet kan, schiet hij uit zijn slof. Mijn arme collega wordt uitgemaakt voor alles wat mooi en lelijk is.
Ik besluit dat het te gortig wordt en wil de wachtkamer instormen om deze man te vertellen dat we zo niet met elkaar omgaan. Maar net op dat moment zegt de assistente - nog steeds verrassend beheerst - "Ik ga wel even een dierenarts halen".
Twee tellen later staat ze in mijn spreekkamer. Nadat ze het verhaal heeft uitgelegd blijft zij in de spreekkamer achter en loop ik naar de wachtruimte waar de man nog steeds met een verhit hoofd bij de balie staat. Niet wetend dat ik net zijn hele tirade tegen de assistent woord voor woord heb meegekregen.
Met precies dezelfde argumenten vertel ik waarom hij de medicatie niet meekrijgt. Ik zet me schrap voor een stevige discussie, maar die komt niet. De man is opeens bijzonder beleefd en aanvaard zonder mokken het feit dat ik hem weiger medicijnen te geven zonder eerste de patiënt onderzocht te hebben.
Als hij zich omdraait om naar huis te gaan, kan ik het toch niet laten. Ik wens hem een fijne middag en zeg dan op zoete toon: "Oh, en wilt u de volgende keer ook wat respectvoller tegen mijn collega's zijn?" De man kleurt weer rood. Deze keer niet van boosheid, maar van schaamte. En terecht!