woensdag 1 januari 2014

Niet herkend worden

Het was een drukke vrijdagmiddag en de wachtkamer zat propvol met mensen en dieren. Terwijl ik de volgende patiënt binnenriep, zag ik dat tussen de wachtenden ook een zeer bekende politicus zat. Ik had hem al een aantal keer eerder op consult gehad en vond het een prettige man die geen voorkeursbehandeling verwachtte. En ook deze keer zat hij rustig met zijn kinderen op zijn beurt te wachten in de drukke wachtkamer.

Nadat ik zijn kat geënt had en hij de spreekkamer verlaten had, zei ik tegen assistente Daphne dat ik het toch zo fijn vond dat deze man ondanks zijn bekendheid zich altijd zo vriendelijk gedroeg. Daphne keek me echter niet begrijpend aan. "Had je niet door dat dat mijnheer X was, die bekende politicus?" grinnikte ik vervolgens.

"Oh..." stamelde Daphne een beetje beduusd. "Ik vond het al zo gek dat iedereen zo zat te gniffelen toen ik aan de balie hem om zijn naam vroeg..."


zondag 29 december 2013

Herkend worden

Op een zaterdagavond eindigde ik de kroegentocht met vrienden van de atletiekvereniging in een drukke bar. Terwijl ik net een nieuw rondje shotjes aanpakte van de barman draaiden twee vrouwen aan de bar zich om. Geamuseerd keken ze me aan en schreeuwden vervolgens over de muziek: "Hee, ben jij niet onze dierenarts?"

Ik knikte bevestigend en hoopte dat ik op dat moment nog een beetje helder uit mijn ogen keek. Ik vrees van niet.


woensdag 18 december 2013

Zelfdiagnose

Het leuke van werken in een dierenartsenpraktijk is dat je met een enorme variëteit aan mensen in aanraking komt. Van professoren met hun zieke hond tot verstandelijk beperkte mensen die samen met hun begeleider hun konijntje komen laten enten. Met drie grote ziekenhuizen in de directe omgeving hebben wij ook een hoop medisch specialisten in ons bestand. Over het algemeen vaak leuke mensen waarmee je leuk kunt praten over de overeenkomsten en verschillen tussen onze beroepen.  Maar een huisarts deed me toch een beetje weifelen aan het niveau van onze gezondheidszorg...

Op een middag vertelde een van de assistentes dat er een mevrouw was langsgekomen om insuline voor haar kat op te halen. Gelukkig had de oplettende assistente opgemerkt dat haar kat helemaal niet met suikerziekte gediagnosticeerd was. Ze had deze mevrouw beleefd doch vriendelijk geweigerd om de insuline mee te geven en haar verwezen naar het telefonisch spreekuur. 

Daar kreeg ik deze mevrouw, die huisarts bleek te zijn, aan de lijn. Op haar vraag waarom ze insuline wilde ophalen voor haar kat vertelde ze dat de kat meer dronk en plaste en 'dus wel suikerziekte zou hebben'. Van iemand zonder medische achtergrond had ik een dusdanige opmerking nog wel kunnen begrijpen, veel drinken en veel plassen is immers een bekend symptoom van suikerziekte. Maar zeker een huisarts moet toch weten dat er meerdere oorzaken zijn die ervoor kunnen zorgen dat een patiënt meer gaat drinken en plassen. En belangrijker, iedereen met een medische achtergrond zou moeten weten dat het geven van insuline aan een kat die géén suikerziekte heeft, potentieel dodelijk kan zijn. 

Voor de zekerheid vroeg ik of ze misschien zelf al urine- of bloedonderzoek bij haar kat had gedaan. Maar ook dat bleek niet het geval te zijn. 

Met wat overredingskracht kreeg ik deze huisarts zover dat ze met haar kat naar de praktijk kwam voor een lichamelijk onderzoek en aanvullend bloedonderzoek. Toen de assistente met de uitslag van het bloedonderzoek de spreekkamer binnenkwam bleek dat mijn inspanningen niet voor niets waren geweest. De kat had namelijk geen suikerziekte maar ernstig nierfalen. Als deze kat insuline had gekregen had het wel eens heel slecht kunnen aflopen.

Terwijl de mevrouw zonder insuline en met nierdieet de praktijk uitliep hoopte ik met heel mijn hart dat mijn eigen huisarts toch wat meer verstand van zaken heeft...

maandag 9 december 2013

Spike en het mysterie van het verdwenen bot

"Mique, ik heb een eigenaar aan de lijn waarvan de hond net een groot bot heeft opgegeten. Zal ik die maar gelijk laten komen?" sprak de assistente tegen me. Ik knikte bevestigend en vroeg haar om alvast de röntgenruimte klaar te zetten.

Een kwartiertje later verschenen de lichtelijk ongeruste eigenaresse en haar hongerige labrador Spike op de praktijk. Ze vertelde dat Spike het ene moment nog op een groot bot lag te kauwen en dat het volgende moment het bot verdwenen was. Ze kon dus geen andere conclusie trekken dan dat de hond het bot had opgegeten.

Bij het lichamelijk onderzoek uitte ik al mijn twijfels over over het feit dat Spike het bot had opgesmikkeld. Ik voelde niets in het maaggebied en bij palpatie van de buik was de hond allesbehalve pijnlijk. Echter, de eigenaresse bleef bij hoog en laag volhouden dat het niet anders kon dan dat haar hond het enorme bot verorberd had. Om geen risico te nemen besloot ik röntgenfoto's te maken, want als je iets goed kan ziet op röntgenfoto's dan zijn het wel botten.

Terwijl de röntgenfoto's op mijn scherm verschenen was het voor mij makkelijk om de conclusie te trekken. In de maag en zelfs in de darmen was geen spoortje van een opgegeten bot te zien. De eigenaresse was echter een heel stuk lastiger te overtuigen. "Waar is dat bot dan?" vroeg ze mij toch wat ongelovig. "Ik zou het niet weten mevrouw, maar in ieder geval niet in uw hond" was mijn antwoord. Toen ze wegliep zag ik aan haar dat ze toch nog niet geheel overtuigd was.

Maar waar dat bot nou gebleven is... dat weet alleen Spike.


zaterdag 30 november 2013

Geen dierenarts

"Oh gelukkig! U lijkt helemaal niet op een dierenarts!" riep de mevrouw uit toen ik langskwam voor een thuis-euthanasie.

Ik beschouwde het maar als een compliment.


vrijdag 15 november 2013

Goed kauwen!

"Nou, ik heb alles maar even meegenomen" verzuchtte mevrouw van Oostrum terwijl ze de inhoud van een plastic tasje op de behandeltafel leeg schudde. Allerhande medicijndoosjes en -zakjes kwamen uit de tas gerold. Ik had zojuist haar kat Diana onderzocht vanwege obstipatie problemen en informeerde nu naar de medicatie die ze op het moment kreeg.
Normaal zou ik dat ook in de patiëntenkaart terug kunnen vinden, maar mevrouw van Oostrum bezocht naast onze praktijk ook nog een dierenarts in een naburig dorp omdat die (zoals ze tijdens het consult al minimaal zeven keer had gemeld) "Diana al sinds kitten kende".

Terwijl ik orde in de chaos van medicijnen probeerde te scheppen viel mijn oog op een aantal grote hoekige brokken van toch zeker zo'n vijf centimeter in doorsnede. "Wat is dít?" vroeg ik verbaasd. "Dat zijn haar brokjes, die heeft de andere dierenarts -die Diana al sinds kitten ook behandeld- voorgeschreven. Die zijn wat groter zodat ze goed moet kauwen".

Vol ongeloof staarde ik naar de enorme brokken. Niet alleen omdat de arme bejaarde kat nog slechts 1 kies bezat, maar ook omdat ik me afvroeg of een kat überhaupt zulke grote brokken kan opeten. Toen ik dat echter voorzichtig tegen haar zei, bleef ze bij hoog en laag volhouden dat de andere dierenarts toch écht deze brokken had voorgeschreven.
Ik wisselde een moedeloze blik uit met de assistente, paste de dosering van Diana's medicatie aan en begon alle spullen weer terug te stoppen in het plastic tasje.

Terwijl mevrouw van Oostrum de spreekkamer verliet, stond ik nog een beetje te mijmeren hoe die arme tandeloze kat die joekels van brokken in godsnaam moest opeten. Plots draaide het oude vrouwtje zich echter om, sloeg haar hand voor haar mond en zei: "Oooh! Dat waren niet de kattenbrokken, dat zijn de brokken van de hond! Ik heb me vergist!"

Ik hoopte maar dat ze zich niet vaker vergiste bij het vullen van de voerbakjes...

donderdag 7 november 2013

God zegene de (in)greep

De spoeddiensten zijn als beginnende dierenartsen soms best nog wel spannend. Want nu sta je er opeens helemaal alleen voor. Geen collega een paar deuren verderop of een door de wol geverfde assistente die voorzichtig hint "Meestal geven we dan middel x, zal ik dat alvast even pakken?". Gelukkig werd ik door mijn collega's niet direct in het diepe gegooid. Eerst deden we samen spoeddienst en vervolgens heb ik nog lange tijd een achterwacht beschikbaar gehad.

Hoewel mijn collega's nog steeds maar een telefoontje van mij verwijderd zijn, was na een tijdje het moment gekomen dat ik zelfstandig mijn diensten ging draaien. In een van die eerste 'zelfstandige' diensten werd ik gebeld door een mijnheer wiens kanariepiet een ongelukje had gehad. Hij was ergens tegenaan gevlogen en nu hing de snavel hing volgens hem los. 

In de spreekkamer bevestigde ik wat hij al had geconstateerd; de ondersnavel van Piet de kanariepiet hing er een beetje sneu bij. Een spoed-doorverwijzing naar een vogelspecialist was voor de eigenaren een brug te ver, maar zomaar opgeven wilden ze ook niet. 

Dus opperde ik voorzichtig dat ik wel een poging wilde wagen om de snavel met weefsellijm weer te bevestigen, maar dat ik geen garanties kon geven over de slagingskans van deze nogal experimentele therapie. En zo stond ik even later onder het mom 'God zegene de greep' uiterst geconcentreerd het snaveltje weer op z'n plek te lijmen. 

Door de drukte gedurende de rest van het weekend was ik het hele voorval al weer een beetje vergeten tot een aantal dagen later een assistente in het voorbijgaan tegen me zei: "Oh die mensen van die kanariepiet met die snavel belden nog, gaat weer helemaal goed!"