maandag 15 augustus 2016
De collega dierenarts
Volgens mijn agenda is de volgende patiënt een oudere kat genaamd Lizzy. Als reden voor de afspraak heeft de assistente genoteerd 'Eigenaar vindt de kat de laatste tijd wat rustiger'.
Dat blijkt een understatement te zijn. Wanneer ik de oudere man de spreekkamer binnenroep, draagt hij een kartonnen doos met daarin de kat. Routinematig werp ik een eerste blik op mijn patiënt en schrik een beetje van wat ik zie. Want de kat ligt zo goed als levenloos in de doos. Het is dat ik nog de ademhaling zie, want anders had ik gedacht dat ze al dood was.
Als ik kat Lizzy voorzichtig uit de doos til om haar te wegen, doet ze eventjes haar ogen open. Maar als ik haar op de behandeltafel zet, zakt apathisch ineen en blijft lusteloos op de tafel liggen. Je hoeft geen dierenarts te zijn om te zien dat hier iets helemaal mis is.
Om erachter te komen wat er aan de hand is, begin ik met een grondig lichamelijk onderzoek en ondertussen stel ik de eigenaar allerlei vragen over Lizzy. Op mijn vraag wanneer ze voor het laatst gevaccineerd is, antwoordt hij dat hij de kat een half jaar geleden nog zelf gevaccineerd heeft. "Maar dat kan helemaal niet." zeg ik een beetje ongelovig. "Alleen dierenartsen mogen dieren vaccineren."
Als hij vervolgens vertelt dat hij zelf dierenarts is, valt mijn mond open van verbazing. De man is ver in de zeventig en niet meer werkzaam in de praktijk. Maar zeker iemand die jaren als dierenarts heeft gewerkt, had toch al eerder moeten inzien dat er iets totaal niet goed gaat met zijn huisdier.
Als ik even later sta te wachten op de uitslag van Lizzy's bloedonderzoek, vertel ik vol ongeloof het verhaal aan een van de assistentes. Die kijkt een beetje bedenkelijk en zegt dan: "Ik heb het idee dat ik dit verhaal al een keer eerder heb gehoord. Dat ging ook over een oude dierenarts wiens dier meer dood dan levend was."
Ik loop naar de dichtstbijzijnde computer en zoek in het patiëntensysteem. "Je hebt gelijk!" zeg ik vol verbazing tegen de assistente. De eigenaar van Lizzy is ruim een jaar geleden bij mijn collega geweest met zijn Yorkshire terriër. In het verslag lees ik dat de hond er destijds zo slecht aan toe was dat we hem direct hebben laten inslapen.
Voor Lizzy blijkt de situatie helaas niet veel beter. Wanneer het bloedonderzoek klaar is blijkt ze in een zeer vergevorderd stadium van suikerziekte te verkeren. Ik bespreek de uitslag met haar eigenaar en leg uit dat we met een intensieve therapie misschien nog iets voor haar kunnen betekenen, maar dat ik haar kansen gering inschat.
Dan vertelt de bejaarde man over hoe hij in zijn eentje de zorg draag voor zijn terminaal zieke broer. En dat hij daardoor misschien wel wat te laat doorhad hoe slecht zijn kat er eigenlijk aan toe was.
Hoewel het de situatie voor mij niet goed praat, verheldert het voor mij wel een hoop. Het is een trieste situatie die alleen maar verliezers kent.
zondag 31 juli 2016
Privé chauffeur
De normaal altijd zo vrolijke Teckel Takkie is vandaag een beetje uit zijn doen. Vanochtend maakte hij een ongelukkige misstap bij een stoepje en gaf een enorme gil. Sindsdien kan hij zijn achterpoten niet meer bewegen.
Na een uitgebreid lichamelijk onderzoek hebben we zeer gegronde vermoedens dat het hier om een acute hernia gaat. Ik bespreek de opties met de man, en al snel beslist hij dat hij Takkie wil laten opereren.
Dat is niet bepaald een operatie die wij op de praktijk kunnen uitvoeren. De teckel moet hiervoor naar een specialistenkliniek. Wanneer ik contact opgenomen heb met het specialistencentrum, krijg ik gelukkig al gauw groen licht. Maar wanneer ik dit aan Takkie's eigenaar vertel, blijkt er een probleem te zijn.
"Ik heb net met mijn werk gebeld, en ik kan echt geen vrij nemen. We zijn bezig met een groot project en mijn baas kan niemand missen. En ik heb geen familie in buurt die 'm zou kunnen brengen." Wanneer we de teleurstelling in zijn ogen zien, komt ons hele team in actie. De assistentes bellen zich een ongeluk, maar het lijkt erop dat we niemand kunnen vinden om Takkie naar de specialistenkliniek te brengen.
"We kunnen de taxicentrale nog proberen?" oppert een van mijn assistentes. En onder het mom 'niet geschoten is altijd mis' bellen we het locale taxibedrijf. De man aan de andere kant van de lijn denkt in eerste instantie dat we een grap met hem uithalen. Maar als hij uiteindelijk door heeft dat we bloedserieus zijn, horen we hem even nadenken voordat hij zegt: "Okee, is goed. Voor 150 euro willen we dat wel doen."
De eigenaar van Takkie hoeft geen moment na te denken over dit voorstel. "Doen!" zegt hij kordaat. Hij overhandigt ons het geld voor de taxi, geeft zijn hond nog knuffel en vertrekt dan gehaast naar zijn werk.
Nog geen tien minuten later staat de taxi voor de deur van onze kliniek. De taxi-chauffeur staat wel vreemd te kijken wanneer de assistente de bench met Takkie op de achterbank van de auto plaatst. Dan moet hij lachen en zegt: "In de dertig jaar dat ik op de taxi zit heb ik veel meegemaakt, maar ik ben nog nooit privé-chauffeur voor een hond geweest!"
maandag 18 juli 2016
De 'zwerfkat'
"Dat is een vervelend abces" zeg ik tegen de eigenaar van de zwart-witte kater. Op zijn wang heeft hij een bloederige wond als gevolg van een open gesprongen bijt-abces. Het ziet er naar uit, maar gelukkig is het goed te behandelen.
"Kan het trouwens kloppen dat we deze kat nog nooit gezien hebben? Ik kan 'm niet in ons patiënten-systeem vinden." vraag ik de man. Hij legt uit dat het een zwerfkat is die al jaren in de buurt rondloopt. Wat me een beetje verbaast, want voor een zwerfkat ziet hij er wel vrij verzorgd en goed doorvoed uit.
Ik heb een gevoel dat hier iets niet helemaal klopt, maar ik kan er niet precies de vinger op leggen. "Okee, dan zet ik hem wel even in de computer als 'zwerfkat', aangezien hij geen naam heeft." besluit ik dan maar. "Maar papa, hij heet toch gewoon Billy?" hoor ik zijn dochtertje zachtjes tegen hem fluisteren. Met een veel betekenende blik maant de man zijn dochter tot stilte. Mijn gevoel dat hier iets niet helemaal in de haak is, wordt alleen maar sterker.
Nadat ik het onderzoek heb afgerond, stel ik een behandeling met antibiotica en pijnstillers voor. Het feit dat de kat tweemaal daags medicatie moet krijgen, lijkt voor de man geen enkel bezwaar te zijn. Hoewel mij dat best lastig lijkt, zo bij een zwerfkat die maar af en toe aan komt lopen. Ik besluit me er niet al te druk over te maken. Toch mooi als mensen zoveel moeite voor een zwerfkat willen doen?
Het is druk in de praktijk en de assistentes zijn allemaal bezig. Dus ik besluit zelf even mee te lopen naar de balie om de medicatie af te geven en af te rekenen. Dan komt opeens de aap uit de mouw. "Betalen?" vraagt de man. "Maar het is toch een zwerfkat! Waarom moet ik daarvoor betalen, jullie houden toch van dieren?"
Dat bedenk ik opeens dat ik iets bijzonder essentieels ben vergeten te checken. Ik sprint naar de spreekkamer en kom terug met de chipreader. Op het moment dat het apparaat in de buurt van de kat zijn nek komt, klinkt er een kort bliepje.
"Oh kijk, hij heeft een chip!" zeg ik. Terwijl ik het nummer in de databank opzoek, hupt de man nerveus van zijn ene op zijn andere been. Enkele seconden later verschijnen de gegevens in mijn scherm en valt alles op zijn plaats. Deze 'zwerfkat' heet namelijk Billy en staat geregistreerd in deze stad. En laat het telefoonnummer nou overeen komen met dat van deze man. Waarschijnlijk was hij even vergeten dat de kat als kitten ooit ergens anders gechipt is. Wanneer ik hem hiermee confronteer weet hij niet hoe snel hij het verschuldigde bedrag moet pinnen en stormt snel de praktijk uit.
maandag 4 juli 2016
Naamsverwarring
Als ik op de klok kijk, zie ik dat mijn vorige consult flink is uitgelopen. Tijd om uitgebreid de gegevens van de volgende patiënten te bekijken heb ik niet, dus werp ik snel een blik in de agenda om te zien wie mijn volgende patiënt is. Volgens het programma krijg ik eerst hond FrouFrou voor de vaccinatie, gevolgd door een hond met braakklachten genaamd Tarzan.
Wanneer ik de wachtkamer in loop, zie ik een een wat oudere dame met een klein pluizig wit Maltezertje op haar schoot. Iets verderop zit een forse Rottweiler, geflankeerd door een grote man met een zwart leren jack. Zijn jack is bezaaid met metalen studs, net als de halsband van zijn hond.
Ik loop richting de mevrouw en zeg: "Sorry dat u even moest wachten, maar kom verder met Froufrou." De vrouw kijkt me verbaasd aan en zegt dan: "Maar dit is FrouFrou niet hoor." Verbaasd kijk ik de wachtkamer rond of ik niemand over het hoofd heb gezien. Dan staat de man met het leren jack op, wijst naar zijn grote hond en zegt: "Mevrouw! Dít is FrouFrou."
vrijdag 17 juni 2016
Smakelijk eten!
"Nou en die hond had dus een abces ter grootte van een tennisbal, echt enorm. Toen we het gingen openleggen, gutste de pus echt als een vloedgolf over de tafel!" Het is een drukke dag geweest op de praktijk, en terwijl ik uitgehongerd mijn avondeten opeet, vertel ik mijn vriend over alles wat we vandaag hebben meegemaakt.
"Dus nadat de assistentes de spreekkamer weer een beetje toonbaar hadden gemaakt na die Deense Dog met diarree, kwam er nog een vrouw die een zwerfkitten had gevonden. Leek allemaal prima te gaan, maar toen braakte het kitten op tafel en kwam er echt enorme hoeveelheid spoelwormen uit! Het krioelde echt over de tafel." vertel ik verder, terwijl ik in hoog tempo mijn spaghetti carbonara naar binnen werk.
Mijn vriend roert ondertussen een beetje lusteloos door zijn eten. Het valt me nu pas op dat hij een beetje bleek is weggetrokken. Misschien moet ik mijn verhalen van werk de volgende keer toch maar tot ná het eten bewaren...
zaterdag 4 juni 2016
Extra advies nodig
Mijn werkdag begint met een wondcontrole. Hond Charly is een paar dagen terug gecastreerd maar heeft ondanks voorzorgsmaatregelen toch aan zijn wond kunnen zitten. Tijdens de controle blijkt het gelukkig mee te vallen. Er is wat lokale irritatie, maar verder ziet de wond er keurig uit.
Als Charly weer op de grond staat en afwachtend naar de koekjespot kijkt, staat zijn eigenaar opeens vlak voor me. "Dokter, ik ben recent aan mijn blinde darm geopereerd, en nu ziet het er niet helemaal goed uit. Wat moet ik doen?" Voordat ik het door heb, heeft hij zijn shirt opgetild en kijk ik tegen zijn ontblote bovenlichaam aan.
En geloof me, als dierenarts ben ik niet snel van mijn stuk gebracht door bloed, pus of ontlasting. Maar de aanblik van zijn vlezig buik met een zwerende wond, vind ik toch een beetje misselijkmakend. Terwijl ik subtiel mijn blik probeer af te wenden, leg ik uit dat hij voor dergelijk advies beter contact kan opnemen met zijn huisarts. Dan laat hij gelukkig zijn shirt weer zakken.
Want ook al draag ik een witte jas, ik bemoei me niet met het genezen van mensen. En in sommige gevallen ben ik daar stiekem best blij om ;).
maandag 30 mei 2016
Alles vastgelegd
Wanneer ik de deur van mijn spreekkamer open om de volgende patiënt binnen te roepen, zie ik in mijn ooghoek een lichtflits. Ik kijk snel naar buiten of het plotseling is gaan onweren, maar het is nog steeds een stralend zonnige dag.
Dan zie ik dat een stel is opgestaan en met een kattenmandje mijn kant opgelopen komt. Wanneer ik zie dat de man een spiegelreflex-camera met flinke flitser om zijn nek heeft hangen, snap ik opeens waar die lichtflits vandaan kwam. Als ze even later in de spreekkamer tegenover me staan en ik hun kat Pluisje uit haar transportmandje haal, hoor ik de camera driftig klikken. Zelfs ik me even omdraai om de kat op de weegschaal te zetten, loopt de man met me mee en maakt foto's vanuit diverse hoeken.
Ook tijdens het lichamelijk onderzoek van Pluisje wordt elke handeling van mij op de gevoelige plaat vastgelegd. Zelf begin ik me ondertussen een beetje ongemakkelijk te voelen. Het gebeurt regelmatig dat mensen even een foto maken van hun dier in de wachtkamer of op de behandeltafel, maar dat elke minuut van het dierenartsbezoek minutieus wordt vastgelegd, heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Door het constante geklik van de camera zou je bijna denken dat er een paparazzi-fotograaf in de spreekkamer staat.
Blijkbaar heb ik tijdens deze overpeinzingen wat verstoord gekeken, want de man wijst naar zijn camera en legt uit: "Ja ik maak een foto-documentaire over ons leven, dus alles wat we doen, leg ik vast op camera." Hij voegt er nog aan toe dat hij me niet herkenbaar in beeld zal brengen, maar dat maakt niet dat ik me minder ongemakkelijk over deze situatie voel. Toch laat ik het begaan.
Maar als ik wil bloedprikken en de man met zijn zoom-lens bijna de naald uit mijn handen slaat is de maat voor mij vol. Ik verzoek hem vriendelijk doch dringend om te stoppen met het maken van foto's. Hoewel hij het er duidelijk niet mee eens is, bergt hij toch zijn camera op.
Na het consult sta ik nog een beetje verbluft dit voorval te overdenken als mijn collega de spreekkamer binnen komt stappen. "Hee Mique, ik ben bezig met een berichtje voor op onze Facebookpagina. Heb jij misschien nog een leuke foto van een patiënt?" Ik schud van nee, maar weet wel iemand die er misschien nog wel een paar heeft.






